23 okt Hou je geld maar, ik wil mijn tijd terug!

Toen ik na mijn afstuderen aan de VU eind 2005 voor het eerst een echte baan kreeg, had ik opeens geld. Dat was een vreemde gewaarwording na jaren geleefd te hebben op een klein studenteninkomen van het bijbaantje dat ik had. Ik was van Amsterdam naar Maastricht verhuisd en die paar verhuisdozen die ik had daar zat niet echt veel bijzonders in, behalve herinneringen aan vroeger. Mijn eerste bh’tje, schetsboeken vol tekeningen die ik had gemaakt toen ik nog tekende, mijn gedichten bundeltje, veel foto’s, wat keuken spullen uit mijn studenten tijd en natuurlijk mijn mountainbike spullen. Zonder er eigenlijk erg veel over na te denken, zocht ik een huurkamer in een gedeeld huis in Maastricht vlakbij kantoor. Al snel werd ik dat een beetje zat, want na iedere lange werkdag kwam ik thuis en zat het huis vaak vol met vrienden van mijn huisgenote. In het begin deed ik mee met de borrels maar al gauw hield ik dat niet meer vol door het slopende tempo op het werk.

Ik ging na een half jaar op zoek naar een ander huis en dacht: waarom ga ik niet kopen? Dat was in een tijd dat kopen nog voordeliger en aantrekkelijker was dan huren. De huizenmarkt was nog steeds omhoog aan het gaan in de bubbel. Ik had altijd geleerd dat huur betalen betekende dat je je geld weggooide. Datzelfde geld kon je namelijk gebruiken om je hypotheek af te lossen en dan bouwde je over de jaren echt iets op. Namelijk bezit van een eigen huis. Verder dan dat had ik er eigenlijk niet over nagedacht. Ik verdiende bakken met geld en bij de bank werd ik met open armen ontvangen. “Zo jong al een eigen huis kopen: goed hoor!” lachte de bankmanager mij toe.

En daar ging ik, hupsakee, handtekening eronder. Ik dacht serieus waar dat ik het goed deed, dat dat huis me succesvol zou doen lijken. Eigen huis, ruim 1500 euro aan vaste lasten in de maand. Hypotheekrente, hypotheek aflossing, eigen auto, dure telefoon rekening, sportschool abonnement en een dure, luxe levensstijl om u tegen te zeggen. Ik vloog om de 2 maanden met een vriendin naar Milaan of Parijs om te shoppen. Ieder weekend gingen we uit. Even op en neer naar Amsterdam rijden om te eten bij Vyne, te blijven slapen in het NH, geen probleem. Plakten we er gewoon nog een zakelijke bespreking aan met een klant die in de buurt van Amsterdam zat. Dat dat in het weekend was, ach geen probleem. Het werk gaat tenslotte altijd door. Op een gegeven moment had ik een speciale kast voor mijn schoenen. Ik had wel 100 paar in alle kleuren van de regenboog. Ik had altijd een klein koffertje met de tofste spullen achterin de auto liggen. Je weet nooit waar je belandt, toch? Wat ik aanhad, bepaalde wie ik was. Dacht ik.

Ik realiseerde me dat ik eigenlijk te weinig verdiende.. Haha, kun je het je voorstellen? Ik was 26, verdiende 3000 euro in de maand en ik had niet genoeg geld? De helft daarvan ging op aan mijn huis, de auto en al die andere dingen die ik in mijn leven had opgetuigd. Daarna hield ik nog ‘maar‘ 1500 euro over om van te eten, reizen van te maken, spullen van te kopen en die hippe jas of schoenen aan te schaffen. Die schoenen kocht ik niet bij de Sacha maar bij Prada. Ik ging niet op vakantie naar Italië, maar naar Brazilië. Oh ja en natuurlijk twee keer per jaar op wintersport om te snowboarden. Ik bleef maar geld uitgeven en dacht eigenlijk niet zoveel na over de rol die geld speelde in mijn leven.

Beetje bij beetje realiseerde ik me steeds meer dat die hypotheek, die ik zo jong had afgesloten, me verplichte om iedere maand de rente en de aflossing te betalen. Eigenlijk werkte ik dus deels voor de bank. Er is niks aan de hand, zolang je ‘in het systeem‘ blijft zitten en je je baan houdt. Wil je iets anders? Dan zul je moeten zorgen dat je in ieder geval je rente en aflossing kunt blijven betalen. Of je moet je huis verkopen.”Geen optie!!!” schreeuwde mijn ego. “Blijf nou maar gewoon werken en veel geld verdienen want het kán niet wat jij wilt: iedereen moet gewoon werken van 9 tot 5“. Die gedachte heeft eerst zeker een jaar in mijn hoofd rond gezoemd en hield me tegen om eerder een verandering te maken. Dat gold ook zeker voor de schoenen, de kleren, de brillen, de art director kapper, de hippe stap avondjes op de VIP lijst. Dat was een deel van mij en ik had mijn identiteit eraan gekoppeld.  Achteraf kan ik er niet verder naast hebben gezeten.De eerste barst in mijn ‘ego‘ en beeld dat ik had van mezelf, kreeg ik in 2007. Ik was op wintersport in Oostenrijk met mijn vriendinnetje (tevens DSM collega destijds) en we zaten in de skilift. We waren met een groep collega’s op vakantie. In die tijd had ik buiten het werk weinig vrienden. Ik werkte alleen maar. Zelfs in die skilift kon ik mijn zakelijke telefoon niet gewoon laten rinkelen. Ik nam op, voerde het gesprek en bijna aan het einde van de lift, legde ik eindelijk neer. Ik voelde me belangrijk, succesvol. Kijk eens naar mij. De andere liftgenoten, waaronder een andere leeftijdgenoot die bij een grote bank werkte, moest mijn hele gesprek met de klant aanhoren. Toen we bijna boven waren, zegt deze leeftijdgenoot tegen mij en mijn vriendin:”Weet je, ik vind jullie echt ontzettend nep met die zonnebrillen en die dure kleren. Jullie weten niet eens wie jullie zijn. Dat is echt heel nep weet je. Ik zou weleens willen weten wie daaronder zitten“.Mijn vriendin en ik waren met stomheid geslagen. We lachten het weg. Ik kan me herinneren dat ik echt heel erg beledigd was. Wie dacht hij wel niet dat hij was? “Sukkel“, dacht ik. Het was wel het moment dat bij mij het zaadje werd geplant. Na die vakantie ben ik gaan nadenken. Over wat bezit eigenlijk betekende voor mij. Wie was ik zonder die spullen? Zonder dat geld? Wie WAS ik eigenlijk??”Lekker op tijd, Diaan, je bent 27 en daar ga je nu pas over nadenken??”, hoorde ik mijn vrienden en familie al vragen. De vraag die ik mezelf had gesteld na die vakantie “wie WAS ik eigenlijk?” was te groot om in te zitten over wat anderen van een mogelijk antwoord op die vraag zouden denken.

Want wie was ik eigenlijk zonder die schoenen of dat hippe kapsel? Gewoon een grijs muurbloempje. Dacht ik. Het heeft nog tot half 2009 geduurd voordat ik echt schoon schip durfde te maken met die rare relatie die ik had met bezit en geld en mijn identiteit niet meer ophing aan hoe ik eruit zag, welke functie titel ik had of hoeveel spullen in bezat. Ik realiseerde me heel goed dat mijn functie op papier fantastisch was. Ik maakte direct indruk op mensen als ik vertelde wat voor werk ik deed. Als iemand vroeg wie ik was, begon ik te vertellen over mijn baan. Corporate Communications bij DSM. Zo zo.. Ik zag het ontzag in de ogen van mensen aan wie ik dat vertelde. En ja, het was hard werken om in zo’n functie te komen. Ik werkte zeker 70 uur in de week. Ik was verantwoordelijk voor de merkvoering van DSM in vier verschillende segmenten. Ik moest opletten of alle business units en business groepen wel de juiste kleur blauw voerden, maar ook ondersteunde ik bij het het creëren van nieuwe merken in de business. Ik maakte een ontelbare hoeveelheid powerpoint presentaties vol met concepten voor nieuwe chemische producten. Meestal werden die presentaties gebruikt door mijn bazen, zelf voerde ik nooit het woord. Ik was tenslotte ‘junior‘. De dag dat ik zelf iets mocht presenteren, zou nog zeker 10 jaar op zich laten wachten, evenals de dag dat ik in het buitenland zou kunnen gaan werken voor DSM. Iets wat me naar het bedrijf had getrokken in 2005. Het begon me te dagen dat ik eigenlijk maar heel weinig waarde toevoegde aan het leven van mensen in het algemeen. Voor dag en dauw stond ik op om naar kantoor te rijden in het donker, honderden emails te beantwoorden, tientallen telefoon gesprekken en conferenties te voeren en powerpoint presentaties te maken. En wat voelde ik me gestrest, iedere dag eindigde met hoofdpijn. Tuurlijk, ik leerde veel over hoe een multinational werkt, wat bedrijfspolitiek is en hoe ik mezelf daarin boven water kon houden. Maar ik negeerde mijn creatieve kant totaal. Daar was geen plek voor in mijn werk. Vrije tijd had ik nauwelijks, het werk ging in het weekend ook gewoon door. In had al in jaren geen andere taal gesproken dan Nederlands en Engels en ik was als persoon behoorlijk ver weg geraakt van wie ik was, buiten mijn werk. Ik wist wel dat ik iets anders moest gaan doen, dat ik mezelf verloren was.. Maar de knop omzetten.. Dat bleek toch nog best lastig. Na ruim een jaar wikken en wegen, nam ik in de zomer van 2009 ontslag ben voor mezelf begonnen als digitale communicatie/ innovatie adviseur in de zorgsector. Ik schreef er in mijn bio over hoe dat is gegaan en de ‘nieuwe‘ kanten die ik ontdekte aan mezelf.

Na 2010 en 2011 gewerkt te hebben als zelfstandig ondernemer in mijn bedrijfje Zorghelden Zorginnovatie, bleef dat stemmetje zich melden. Het avontuur van ‘the open road‘  riep en we wilden reizen en werken tegelijk voor een poosje. Doordat ik simpelweg niet zo veel mee kon nemen op dat avontuur, moest ik mijn leven flink minimaliseren. Tijdens het laatste jaar in Nederland (2011), heb ik alles dat ik bezat, item voor item verkocht of weggegeven. Dat ging telkens in kleine stapjes. De schoenen die ik in ronde 1 absoluut nog wilde houden, moesten er in opruimronde 4 toch aan geloven. Na 6 opruim rondes, heb ik alle dure schoenen, alle boeken, mijn hele interieur, mijn auto, mijn racefiets, al mijn hippe kleding, alles wat ik had verkocht of weggegeven. Ongelofelijk maar waar, iedere opruimingsronde werd ik lichter en mijn bezit kleiner. Alles wat ik bezit past met gemak in 1 tas. In de garage bij mijn ouders staat 1 kartonnen doos. Daarin zit de materiële ‘legacy‘ die ik wil bewaren van mezelf: mijn eerste bh’tje, mijn tekeningen schetsboek, mijn gedichten bundels, mijn foto’s en foto boeken van vroeger. Ik zou graag willen dat mijn toekomstige dochter of zoon die doos later te zien krijgt en dat het dan een soort tijdscapsule is van zijn of haar moeders leven. Het is alles wat ik heb. Ik ben lichter en gelukkiger dan ooit. En dat wens ik jullie ook.Misschien heb je je identiteit nooit zo aan spullen gekoppeld, of aan een baan of het in de schijnwerpers staan. Jouw verhaal is ongetwijfeld een ander, net zo waardevol verhaal. Laat mijn verhaal een inspiratie zijn om eens na te denken over wat (vrije) tijd voor jou betekent, wat werk eigenlijk is en zou moeten zijn voor jou.
Diana Vermeij
diana.vermeij@gmail.com

Diana realiseerde zich tijdens haar corporate baan dat ze wel heel veel tijd en energie inruilde voor (veel) geld en dat dat haar niet echt gelukkiger maakte. Ze nam ontslag en begon voor zichzelf. Samen met Steven vertrok ze in 2011 uit Nederland en ze werkt nu vanuit Centraal Amerika als lifestyle coach en website ontwikkelaar.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.