Persoonlijk ontwikkelingsplan

‘Ja, die hebben wij ook bij het bedrijf waar ik werk’ zegt Paul tegen me. We liggen aan het zwembad van ons hotel op een klein eilandje in Thailand. Hij is op vakantie, ik ben net klaar met mijn ‘werkdag’. We hebben het over carrière, werk en wat je uitdaagt in het leven. Onze gedeelde uitdaging is ons beider persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) voor de komende jaren. Die van Paul is geschreven door zijn manager bij de multinational waar hij werkt, die van mijn heb ik zelf geschreven.

Paul snapt niet goed waarom zijn POP zich focust op het verbeteren van zijn zwaktes (of zijn minder sterke kanten zoals zijn manager dat zegt). ‘Op die manier werk ik alleen maar aan de kanten van mezelf die ik niet leuk vind en waar ik niet goed in ben, toch?’. Ik kan hem geen ongelijk geven. Hij moet zich van zijn baas meer richten op cijfertjes, data en analyses van jaaromzetten terwijl hijzelf veel liever creatief bezig is, met zijn handen werkt en onder de mensen wil zijn die hij aanstuurt. Paul is negenentwintig en heeft een team van zes mensen onder hem, allemaal zijn ze ouder dan hij is en allemaal hebben ze een POP opgesteld door Paul. Allemaal gericht op het werken aan hun minder goede kanten.

Als ik Paul vertel dat mijn POP, al is die lang niet zo officieel en door mijzelf geschreven, uitsluitend bestaat uit het verder ontwikkelen van mijn talenten en de dingen die me aantrekken in het leven snapt hij even niet hoe dat kan. We vergelijken onze ‘plannen’. Op zijn lijst staan dingen als het ontwikkelen van zijn management skills, beter worden in sales, uitblinken in finance en hogere resultaten halen in de klantentevredenheidsindex. Op mijn lijst staat Spaans leren, meer in het nu zijn, ten minste zes keer in de week sporten, leren meer te geven dan te nemen en de wereld zien en begrijpen.

Hij verwijt mij dat mijn POP niet concreet genoeg is maar slechts bestaat uit vage omschrijvingen. Ik vraag hem wat hij op zijn lijst zou willen zetten als hij hem zelf zou mogen schrijven. Na even nadenken zegt hij: ‘ik zou graag beter willen schilderen, maar mijn vader zegt dat je met schilderen geen droog brood kunt verdienen’. Ik vraag hem of het leven volgens hem om geld draait of om doen wat je leuk vindt. Zijn antwoord raakt me en doet me zeer: ‘je kunt niet altijd doen wat je leuk vindt, er moet ook geld binnen komen’. Vervolgens vertel ik hem mijn verhaal, waarin ik nu al bijna tweeëneenhalf jaar de wereld rond reis samen met mijn vrouw, bijna uitsluitend werk aan projecten -en met mensen- die ik leuk vind, ondertussen vloeiend in Spaans geworden ben en geld totaal geen rol speelt in mijn geluksniveau. Niet om zijn ongelijk te bewijzen maar meer om te laten zien dat het wel kan: doen wat je leuk vind en er je brood mee verdienen, of zoals ikzelf liever zeg: je levensstijl ervan maken.

Paul vindt het allemaal moeilijk te geloven maar zegt ‘ergens in mijn onderbuik had ik altijd al zo’n stemmetje dat zei ‘there has got to be more to life than this’, nou wil ik niet meteen zeggen dat jouw leven het is voor mij maar het is wel een goed voorbeeld van hoe het ook kan, ik ga erover nadenken. Ik ga kijken of ik dit in de toekomst ook meer op mezelf en de mensen in mijn team toe kan passen, dank je voor de inspiratie’. We besluiten dit gesprek met een duik in het zwembad en een biertje en genieten van het moment en de zonsondergang.

Mensen als Paul houden mij scherp: er is niks mis met een persoonlijke ontwikkelingsplan, het moet alleen wel echt gericht zijn op de wensen en dromen van de ontwikkeling van de PERSOON en niet het bedrijf. Als dat niet zo is kun je beter weggaan en je eigen plan schrijven, het leven is te kort om te werken aan dingen die je niet gelukkig maken, toch?

Steven Zwerink
szwerink@gmail.com

Steven heeft nog nooit full-time gewerkt en is ook niet van plan dat ooit te gaan doen. Wel reist hij samen met Diana full-time de wereld rond en denkt en schrijft hij veel over thema's als geld, tijd, werk, bezit en ondernemerschap. Dat doet hij op wonderlijkwerken.nl en thewideopenroad.com.