Geloof in de droom en train je geest

Denk je weleens: “die droom van mij dat gaat nooit lukken?” Of: “dat kan ik toch helemaal niet, ik ben niet eens creatief!” Of: “hier ben ik niet geschikt voor hoor, dat hou ik niet meer vol!” Dan is dit, hoop ik, een herkenbaar stuk waar je iets mee kunt. Dit blog gaat over de rol van je eigen geest in het realiseren van een droom. Over veerkracht en doorzetten. Over dat je geest is als een tuin die beter bloeit als je er goed voor zorgt.

Soms droom je van dingen en ben je voornemens het écht te gaan doen. Zolang het niet moeilijk is, komen de meesten van ons best een eind. Maar zodra het moeilijk wordt, zodra het pijn doet, zodra het niet meer vanzelf gaat, begint de actie pas echt. Want voor een droom moet hard gewerkt worden. De belangrijkste factor in het vervullen van je droom is niet je opleiding, of je spaargeld, of je talent. Verreweg de belangrijkste factor is je eigen geest. Aan de hand van een persoonlijk voorbeeld neem ik jullie graag mee.

Hardlopen is voor mij altijd iets geweest dat ‘moest‘. Ik ben er niet echt goed in en heb het gevoel dat ik niet vooruit kom, dat ik loop te sloffen. En wat kan ik het moeilijk volhouden! Het eerste ambitieuze sportieve doel komt in 2013 op mijn pad. Ik zou in mei van dat jaar in Enschede mijn eerste 1/8e triathlon lopen: 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen. Aangezien dat zo leuk was, ging ik groter dromen. Heel groot dromen zelfs. Stiekem dacht ik aan meedoen aan de IronMan triatlon waar ik over schreef in mijn vorige blog.

Dat betekent dat ik vaker hard moet lopen en ook moet proberen het hardlopen langer vol te houden. Enthousiast ga ik op pad voor weer een lange duurlooptraining van 12km. De eerste 2 kilometers gaan goed, ik loop best een ok tempo. De zee is mooi en ik loop lekker op het strand, ik denk aan leuke dingen, het is nog niet zwaar. Aan het eind van het strandpad sla ik rechtsaf een weggetje in. De wind valt weg en het zand is een beetje mul. Ik ben 2,5 kilometer op weg en de gedachten beginnen:

“Pfff.. wat is het nog ver”

“Effe iets langzamer hoor”

“Daar loopt een mevrouw die gaat veel harder dan ik”

“Jeetje dat duurt nog lang voordat ik zo loop”

“Zou ik ooit zo lopen?”

“Wat is het warm zeg”

“Ik hoop dat de zon zo achter een wolk gaat”

“Ik moet echt even wandelen”

“Ja dat kan best, wie ziet het nou?”

“Nee! Niet wandelen kom op zeg”

“Oh zometeen moet ik omkeren en dan valt de wind weg”

“Dan wordt het waaaaaaarm! Ongelofelijk”

“Daar kan ik echt niet tegen hoor”

“Pff wat is het warm.”

“Ik wil stoppen”

“Ja prima, geeft niks”

“Wandelen mag best, dit is te zwaar”

“Nee! Niet wandelen, hoe ga je ooit die triatlon halen??”

“Pfff… wat vind ik hardlopen kak zeg”

Tegen de tijd dat ik klaar ben met mijn 12km hardlopen, ben ik er he-le-maal klaar mee. Ik heb er weinig lol aan gehad en ik heb alleen maar lopen klagen in mijn hoofd. Ik besef me heel goed dat ik iets moet veranderen, want anders komt die IronMan er in geen honderd jaar. Dan krijg ik een hekel aan hardlopen en kan ik die droom wel op mijn buik schrijven.

Kort na mijn eerste triathlon, kwam ik erachter dat dat stemmetje in mijn hoofd zit en dat hij ‘Karel‘ heet. Karel biedt mij de oplossing voor het probleem en een een super belangrijke les voor mij en mijn karakter.

Ik kwam erachter dat ik een Karel had na een workshop gelukskunde van Juf Spitholt, de eerste docent Gelukskunde aan de Saxion Hogeschool in Enschede. Een geweldig mooi mens en ik wil iedereen die dit leest van harte aanraden een sessie van haar te volgen. Heel verhelderend. Juf Spitholt had het over het belang van ‘positief in het nu staan‘. Ze had het over ons ego, ons pijnlichaam, onze geest en onze gedachten. Onze geest denkt wel 60.000 gedachten op een dag. Gestimuleerd door de gebeurtenissen om je heen, door impulsen van beeld, geluid, geur, licht, gevoel, denk je allerlei dingen. De meeste gedachten onthoud je natuurlijk niet maar wist je dat het merendeel van de gedachten die wij hebben, negatief zijn? Dat stemmetje in je hoofd is altijd bij je en hij praat de hele dag tegen je.

Karel dus.

Op dat moment, bij juf Spitholt, werd ik me bewust van het bestaan van Karel en dat hij voor een groot deel bepaalt hoe ik mijn dag ervaar. Sinds een paar maanden ben ik anders naar Karel gaan kijken. Ik geloof namelijk dat ik kan beïnvloeden wat Karel allemaal tegen mij zegt. Ik kan kiezen wat ik met Karel doe. Ik kan tegen Karel zeggen dat hij nu even zijn klep moet houden. Ik kan een negatieve uitspraak van Karel vervangen door een positieve. Telkens als Karel iets negatiefs zegt, zet ik er iets moois, positiefs tegenover. Daar ben ik als eerst bij het hardlopen mee begonnen. Dat gaat dan zoiets als dit:

“Pfff.. wat is het nog ver” (Karel)

— Zie je die mooie roze wolken aan de horizon? — (Diana)

“Effe iets langzamer hoor” (Karel)

— Wow wat een prachtig licht, kijk die wolk! — (Diana)

“Daar loopt een mevrouw die gaat veel harder dan ik” (Karel)

— Die mevrouw ga ik zo inhalen — (Diana)

“Die is slank en ze loopt ook veel mooier” (Karel)

— Zie je die mooie bloem in haar haar? Dat is leuk — (Diana)

“Er is geen wind vandaag. Jeetje wat is het vies warm” (Karel)

— Even lekker in de schaduw lopen hier onder die bomen — (Diana)

“Wandelen mag best, dit is te zwaar” (Karel)

— Tegenwind! heerlijk voel je dat? — (Diana)

“Ja dat is wel lekker ja” (Karel)

“Maar zometeen moet ik omkeren en dan valt de wind weg” (Karel)

— Dat kun jij best, gewoon rustig blijven ademhalen” — (Diana)

— Wat een prachtige flamingo’s zo vlakbij in zee, kijk nou, da’s toch prachtig? — (Diana)

en zo verder, en zo verder…. Misschien denken jullie: ‘die is niet goed snik‘. Die praat tegen zichzelf!

Maar het helpt. Telkens als ik iets positiefs zet tegenover een negatieve gedachte van Karel, gaat het hardlopen beter. Sindsdien zegt Karel steeds minder vaak negatieve dingen en kan ik beter met hem leven. Ik voel me fijner voor, tijdens en na het hardlopen. Want Karel begon vaak ‘s ochtends al te zeuren: “gatver, vanavond moet ik hardlopen in dit snikhete weer“. Ik moet wel goed op Karel letten want voor ik het weet zit ie weer te zeuren.

Ik heb geleerd dat ik baas in eigen hoofd ben en ik heb een mooi voorbeeld om uit te leggen wat ik daarmee bedoel. Mijn geest is eigenlijk als een tuin. Een tuin met de mooiste bomen erin, de prachtigste bloemen die ik me kan voorstellen, felgekleurde vogels en zeldzame vlinders. En Karel, die loopt er ook rond. Ik kan bepalen hoe ik de tuin verzorg, hoe ik voor de vogels zorg, hoe ik Karel tegen me laat praten en hoe ik zelf tegen Karel praat. De tuin is me ontzettend dierbaar. Ik bewaak de tuin en zorg dat er alleen hoogwaardige informatie naar binnen mag. Informatie die zorgt dat de tuin nog meer in bloei komt. Alle onzin houd ik weg uit mijn tuin. Tien keer per dag mijn facebook checken? Is dat goede voeding voor mijn tuin? Nee, zo vaak is niet nodig. Eén of twee keer per dag is echt genoeg. En die vraag kun je voor heel veel andere dingen stellen die je dagelijks tot je tuin toelaat.

Je zult zien dat gedachten gevoed worden, onder andere, door de informatie die je in je tuin toelaat. Je zult zien dat als je jezelf een doel stelt en je denkt positieve gedachten, dat je dat doel makkelijker en op een fijnere manier haalt. Probeer het maar eens: Kies een activiteit uit die niet vanzelf gaat en waar je misschien wel een beetje tegenop ziet of die je moeilijk vindt. Observeer je gedachten als je het aan het doen bent. Spreek jezelf streng toe als je een negatieve gedachte denkt en plaats er een positieve voor in de plaats. Herhaal dit net zolang tot de negatieve gedachten langer weg blijven en uiteindelijk niet meer komen. Het vergt oefening. Wees geduldig, maar consequent. Geen negatieve gedachten meer in jouw tuin!

Hetzelfde werkt het met dromen uitvoeren. Telkens als je denkt: ‘dat kan ik niet‘ of ‘daar ben ik niet goed genoeg in‘ of ‘dat lukt me toch niet‘, zet er dan iets positiefs tegenover. Je traint je eigen geest, je tuiniert daadkrachtig in je eigen tuin. Iedere dag weer.  Zorg goed voor de tuin van je geest en verban negatieve gedachten en onzin informatie. En bedenk je dat er niks sterkers is dan je eigen geest: je kan werkelijk ALLES! 😀

 

Concept credits: ‘Karel‘ is een concept van Mirjam Spitholt en ‘de tuin van je geest‘ komt uit het boek The Monk who sold his Ferrari van Robin Sharma.

Diana Vermeij
diana.vermeij@gmail.com

Diana realiseerde zich tijdens haar corporate baan dat ze wel heel veel tijd en energie inruilde voor (veel) geld en dat dat haar niet echt gelukkiger maakte. Ze nam ontslag en begon voor zichzelf. Samen met Steven vertrok ze in 2011 uit Nederland en ze werkt nu vanuit Centraal Amerika als lifestyle coach en website ontwikkelaar.